Vorige modelversie. Deze pagina beschrijft het risicomodel 2024.1, de versie vóór modelversie 2026.3. Ze blijft staan ter naslag. De actuele beschrijving staat op Hoe FunderMaps het funderingsrisico bepaalt.
FunderMaps · modelversie 2024.1 · vorige versie

Hoe FunderMaps het funderingsrisico bepaalt

Deze pagina is bedoeld voor taxateurs, hypotheekverstrekkers, makelaars, gemeenten, woningcorporaties, onderzoeksbureaus en herstelbedrijven. U leest hier hoe een risicoklasse tot stand komt, op welke gegevens die rust en hoe zeker de uitkomst is. Zo kunt u een klasse begrijpen en aan uw klant uitleggen.

De rekenmethode is open. De data maakt het verschil.

De basis

De grootste verzameling funderingsgegevens van Nederland

Een model is zo goed als de gegevens waarop het rust. FunderMaps rust op onderzoek aan funderingen zelf: rapporten, archiefstukken en geregistreerd herstel, per pand of adres vastgelegd. Dat is het verschil met ieder model dat alleen op open data rekent.

ruim 500.000

waarnemingen

Funderingsgegevens per pand of adres uit funderingsonderzoek, archiefonderzoek, Verkennend Funderingsonderzoek, notities en herstel.

ruim 1,3 miljoen

vastgelegde waarden

Alle ingevulde gegevens in die waarnemingen samen: funderingstype, niveaus, maten, kwaliteit, schade en herstel.

ruim 215.000

onderzochte panden

Panden waarvan het funderingstype uit eigen onderzoek of archief bekend is.

Peildatum 25 september 2026. De actuele getallen staan op de Stand van het land.

In drie stappen

Van pand naar risicoklasse

Stap 1

Welke fundering?

Het funderingstype komt uit onderzoek aan het pand zelf. Is dat er niet, dan wordt het afgeleid van vergelijkbare onderzochte panden in de buurt. Is ook dat er niet, dan wordt het geschat op basis van kenmerken van het pand, zoals bouwjaar, hoogte en ondergrond.

Stap 2

Vier funderingsrisico's

Voor elk pand worden vier funderingsrisico's bepaald, elk met een eigen betrouwbaarheid. Het zwaarste van de vier bepaalt de risicoklasse.

Stap 3

Wat altijd voorgaat

Een geregistreerd funderingsherstel en een Verkennend Funderingsonderzoek (voorheen QuickScan / Fase 0) gaan boven de modelschatting. Verder telt de hiërarchie van bewijs: wat ter plaatse is vastgesteld, gaat voor wat is afgeleid of geschat.

Het risico

De vier funderingsrisico's

De rekenmethode kent vier funderingsrisico's. Per risico staat hieronder wat het is, waar het speelt en wat de berekening gebruikt. Is er onderzoek aan het pand, dan gaat de uitkomst daarvan voor; zonder onderzoek wordt het risico geschat uit de kenmerken van het pand. De gemeten pandzakking uit satellietdata weegt bij de eerste drie risico's mee als aanwijzing: een pand dat sneller zakt dan verwacht, krijgt een hogere klasse.

Schimmelaantasting van een houten paal door droogstand

Droogstand (paalrot)

Houten palen of langshout komen boven de grondwaterstand uit. Het hout komt in contact met zuurstof en schimmels tasten het aan.

Waar: overal waar op houten palen is gebouwd; landelijk berekend.
In de berekening: het funderingstype (houten palen, of houten palen met betonoplanger), de grondwaterstand bij het pand, bij onderzoek het houtniveau tegenover de grondwaterstand, en een verhoogde pandzakkingssnelheid als signaal.

Optrekkend vocht bij een ondiepe fundering

Ontwateringsdiepte

Bij ondiepe funderingen (op staal, zonder palen) de afstand tussen de onderkant van de fundering en het grondwater. Staat het grondwater hoog, dan ontstaat optrekkend vocht en kan het pand gaan zakken.

Waar: overal waar ondiep is gefundeerd; landelijk berekend.
In de berekening: het funderingstype, de funderingsdiepte tegenover de grondwaterstand bij het pand, en de pandzakkingssnelheid als signaal.
Verschilzakking valt hieronder: panden die duidelijk sneller zakken dan hun buren en dan de bodem om hen heen. Dit wordt berekend waar satellietdata is.

Bacteriële aantasting van een houten paal

Bacteriële aantasting (palenpest)

Bacteriën tasten houten palen aan, ook onder water. Het hout verliest langzaam zijn draagkracht. Grenen is gevoeliger dan vuren.

Waar: vooral in Noord- en West-Nederland, waar korte palen in een ondiepe zandlaag staan. Waar langere palen tot in een diepere zandlaag zijn gebruikt, zoals in Rotterdam, komt het minder voor.
In de berekening: het funderingstype, de paallengte (hoe korter, hoe hoger het risico) en een verhoogde pandzakkingssnelheid als signaal.

Negatieve kleef: zakkende grondlagen trekken de paal mee

Overig risico

Risico's die uit onderzoek aan het pand zijn vastgesteld en niet onder de andere drie vallen. Dit risico wordt niet geschat; het bestaat alleen waar onderzoek ligt.

Hieronder vallen onder meer:
Negatieve kleef: zakkende grondlagen die de paal meetrekken, vooral in de regio Rijnmond en de Drechtsteden.
En verder overbelasting, constructiefouten en trillingen, zoals het onderzoek ze vaststelt.

Verschilzakking: panden die ongelijk zakken

Verschilzakking

Panden binnen één bouwblok die ongelijk zakken, of een pand dat duidelijk sneller zakt dan zijn buren. Het rekent mee onder ontwateringsdiepte, waar satellietdata is.

De risicoklassen

De klassen volgen de termen van het KCAF (Kenniscentrum Aanpak Funderingsproblematiek).

AGeen risico
BLicht risico
CVerhoogd risico of onzekerheid
DHoog risico
EVastgesteld probleem
Wat voorgaat

De hiërarchie van bewijs

Niet elk gegeven telt even zwaar. Liggen er voor een pand meerdere bronnen, dan gaat het sterkste bewijs voor:

  1. Onderzoek ter plaatse, zoals een funderingsonderzoek met inspectieput: de fundering is gezien en gemeten.
  2. Archiefstukken, zoals bouwtekeningen en bestekken: de fundering is gedocumenteerd.
  3. Afleiding van vergelijkbare panden: onderzochte panden uit dezelfde buurt en bouwperiode.
  4. Schatting op basis van kenmerken van het pand.

Een geregistreerd funderingsherstel en een Verkennend Funderingsonderzoek gaan altijd boven de modelschatting. Bij elk gegeven staat hoe het is vastgesteld: vastgesteld (onderzoek aan dit pand), afgeleid (vergelijkbare panden) of indicatief (een schatting).

Het funderingstype

Het funderingstype bepalen

Schematisch overzicht van de funderingstypen in Nederland

Is een pand niet zelf onderzocht, dan leidt het model de fundering af uit onderzochte panden in de omgeving. Het neemt de eerste stap waarvoor gegevens zijn.

Eigen onderzoek

Onderzoek of een archiefstuk aan het pand zelf. Het funderingstype is dan vastgesteld.

Funderingseenheid

Panden dicht bij elkaar uit dezelfde bouwperiode, zoals een bouwblok, die naar verwachting op dezelfde manier zijn gefundeerd. Is een pand in de eenheid onderzocht, dan geldt die uitkomst voor de rest: afgeleid.

Ruimere omgeving

Ligt er in de eenheid geen onderzoek, dan kijkt het model naar een grotere groep vergelijkbare panden in de omgeving. Ook die uitkomst is afgeleid.

Zonder onderzoek in de buurt

Dan schat het model de fundering uit de kenmerken van het pand zelf: bouwjaar, hoogte, grondsoort en het aantal adressen. De uitkomst is dan indicatief.

Waarom data het verschil maakt

Zonder onderzoek in de buurt raadt elk model

In sommige gebieden verschilt de fundering sterk van die in de buurgemeenten. Een stad kan grotendeels op houten palen staan terwijl de gemeenten eromheen dat bijna niet hebben. Geen bouwjaar, hoogte of bodemkaart laat dat zien. Alleen lokaal onderzoek brengt het aan het licht.

Komt er in zo'n gebied onderzoek bij, dan wordt de schatting voor de hele buurt beter. Het model blijft hetzelfde. De data maakt het verschil.

Daarom staat bij elk pand hoe betrouwbaar de uitkomst is, en daarom vragen we professionals om onderzoek en herstel terug te melden.

De bronnen

Drie soorten data

Open data vertelt veel over een pand, maar niet wat eronder zit. Dat staat alleen in onderzoek aan de fundering zelf, en dat onderzoek heeft FunderMaps verzameld.

Onze data

Onderzocht, gekoppeld en gewogen

  • Ruim 500.000 waarnemingen met samen ruim 1,3 miljoen vastgelegde waarden
  • Ruim 215.000 onderzochte panden: funderingsonderzoek, inspectieputten, archiefonderzoek
  • Het Nationaal Herstel Register
  • Terugmeldingen van professionals, elke dag nieuwe

Jaren verzameld met gemeenten, het KCAF en onderzoeksbureaus. Elk stuk is per pand gekoppeld en gewogen volgens de hiërarchie van bewijs.

Open data

Vrij beschikbaar, voor iedereen

  • BAG: bouwjaar, adressen en pandcontour
  • 3D BAG en AHN: hoogte van pand en maaiveld
  • CBS: wijken en buurten

Zegt veel over het pand, niets over de fundering. Een bouwjaar is een aanwijzing, geen bewijs.

Commerciële data

Van gespecialiseerde leveranciers en bureaus

  • Grondwaterstand per pand
  • Pandzakking uit satellietdata: hoe snel het pand zelf zakt, niet alleen de bodem in het gebied
  • Verkennend Funderingsonderzoek: de beoordeling van het pand door gespecialiseerde bureaus, met een risicoklasse per pand

Onder licentie gebruikt en niet gedeeld.

Openheid

Wat open is, en wat niet

Open

De rekenmethode

Hoe een risicoklasse tot stand komt, staat op deze pagina. De begrippen en gegevens staan in de Informatiestandaard funderingsgegevens.

Van FunderMaps

De brondata

Ruim 500.000 waarnemingen, het herstelregister en de terugmeldingen. Verzameld, gekoppeld en gewogen. Deze gegevens zijn niet te downloaden; ze zijn de reden dat de uitkomst klopt.

Onder licentie

Commerciële data

Grondwaterstand, pandzakking uit satellietdata en Verkennend Funderingsonderzoek. FunderMaps gebruikt deze gegevens, maar deelt ze niet.

Verwijzingen

Verder lezen

Wat u kunt doen

Heeft u een funderingsonderzoek, herstel of archiefstuk?

Meld het via melden.fundermaps.com. Elke melding wordt beoordeeld. Verandert het risico, dan wordt het pand opnieuw doorgerekend. Zo wordt de uitkomst voor het pand en de buurt beter.

Heeft u vragen over een risicoklasse of over deze methode? Neem contact op via [email protected].

Let op

De uitkomst van FunderMaps is een indicatie van het funderingsrisico op basis van de beschikbare gegevens. Het is geen vervanging van funderingsonderzoek aan het pand. Voor zekerheid over de fundering van een pand is onderzoek ter plaatse nodig.